ECLI:NL:RBDHA:2026:10053
Rechtbank Den Haag · 30-04-2026 · zaaknummer SGR 26/2918 e.a.
Inhoudsindicatie
Verzoekers verblijven in Gaza en willen naar Nederland komen voor studie, arbeid dan wel als meereizend familielid. Aan deze verzoekers wordt een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) verleend, die moet worden afgehaald bij de Nederlandse ambassade in Jordanië, en na aankomst in Nederland krijgen zij een verblijfsvergunning. Het is volgens verzoekers niet mogelijk om zonder hulp van verweerder de grens van Gaza over te steken. Daarom hebben zij verweerder verzocht om consulaire bijstand, zodat zij Gaza kunnen verlaten. Bij e-mail van 25 maart 2026, herhaald op 30 maart 2026, heeft verweerder dit verzoek om verzoekers afgewezen. Met de bestreden besluiten van 10 april 2026 heeft verweerder de bezwaren van verzoekers niet-ontvankelijk verklaard. Volgens verweerder hoeft geen consulaire bijstand te worden verleend, omdat geen sprake is van een besluit in de zin van artikel 1:3 van de Awb waartegen bezwaar/beroep open staat. Tegen de uitspraak van de voorzieningenrechter van deze rechtbank van 16 februari 2026 in soortgelijke zaken, waarin hetzelfde standpunt van verweerder is gevolgd, is hoger beroep ingesteld. De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft op 19 maart 2026 de verzoeken om een voorlopige voorziening van de betreffende verzoekers toegewezen (ECLI:NL:RVS:2026:1600 en ECLI:NL:RVS:2026:1601). De voorzieningenrechter van de Afdeling heeft overwogen dat de vraag of verweerder een publieke taak aan zich heeft getrokken, zich niet leent voor beantwoording in deze procedure. Daarom is de zaak niet inhoudelijk beoordeeld, maar een belangenafweging gemaakt. Deze is in het voordeel van de betreffende verzoekers. De voorzieningenrechter van deze rechtbank treft, gelet op de bijzondere omstandigheden van de onderhavige soortgelijke zaken, in de onderhavige 46 zaken de voorlopige voorziening dat verweerder zich moet inspannen om ervoor te zorgen dat verzoekers Gaza kunnen verlaten om de mvv op te halen. De zaken zijn niet inhoudelijk beoordeeld, er is een belangenafweging gemaakt.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.
Partijen
de minister van Buitenlandse Zaken
verweerder · overheid
Overheidspartijen
de minister van Buitenlandse Zaken
verweerder
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
