ECLI:NL:RBDHA:2025:9760
Rechtbank Den Haag · 22-05-2025 · zaaknummer NL25.20514
Inhoudsindicatie
De rechtbank heeft geoordeeld dat de omstandigheid dat op 14 maart 2025 de door eiser gevraagde voorlopige voorziening is toegewezen en eiser de uitkomst van het hoger beroep in Nederland mag afwachten op een vertraging die is ontstaan in een gerechtelijke procedure en niet in een administratieve procedure. Verweerder heeft contact opgenomen met de Afdeling voor duidelijkheid omtrent de inhoudelijke behandeling van het hoger beroep, maar de Afdeling kon hierover geen duidelijkheid geven. Naar aanleiding hiervan heeft verweerder besloten om de maatregel van bewaring op 10 mei 2025 op te heffen. De rechtbank is van oordeel dat niet is gebleken dat de maatregel van bewaring op een eerder moment onrechtmatig geacht moest worden.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.
Partijen
[eiser]
eiser · onbekend
de minister van Asiel en Migratie
verweerder · overheid
Overheidspartijen
de minister van Asiel en Migratie
verweerder
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
