ECLI:NL:RBDHA:2025:9345
Rechtbank Den Haag · 26-05-2025 · zaaknummer C/09/684099/KG RK 25/560
Inhoudsindicatie
Wrakingsverzoek afgewezen. De kantonrechter heeft aan het einde van de mondelinge behandeling in de hoofdzaak een voorlopig oordeel gegeven. Bij verzoeker is door dit voorlopig oordeel de vrees van partijdigheid ontstaan. De wrakingskamer stelt vast dat in het proces-verbaal van de mondelinge behandeling in de hoofdzaak is vermeld dat de kantonrechter een voorlopig oordeel heeft gegeven. De argumenten die door verzoeker zijn aangevoerd zien in feite op de (kwaliteit van de) inhoud van dit voorlopig oordeel. De wrakingskamer komt echter geen oordeel toe over de juistheid van een rechterlijk oordeel, of dit nu een voorlopig oordeel is of een eindoordeel. Uit het betreffende proces-verbaal blijkt niet dat sprake is van de uitzonderingssituatie dat de motivering van het voorlopig oordeel in het licht van alle omstandigheden van het geval en naar objectieve maatstaven gemeten niet anders kan worden verstaan dan als blijk van vooringenomenheid van de rechter die haar heeft gegeven.
Rechters
Advocaten
- M.H.J. Doornink
- P. Obbeek
Partijen
[verzoeker]
verzoeker · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
