ECLI:NL:RBDHA:2025:900
Rechtbank Den Haag · 24-01-2025 · zaaknummer NL25.815
Inhoudsindicatie
Bewaring ex artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000. In het proces-verbaal van ophouding (M105-a) is vermeld dat gebruik is gemaakt van een niet-beëdigde tolk wegens het ontbreken van een beëdigde tolk voor deze taal in het register van beëdigde tolken en vertalers. Deze motivering acht de rechtbank feitelijk onjuist. In het register van beëdigde tolken en vertalers staan namelijk zeven tolken op Rbtv B2-niveau voor Pidgin Engels (Nigeria) geregistreerd. Nu deze motivering feitelijk onjuist is, heeft de minister niet voldaan aan de vereisten van artikel 28, derde dan wel vierde lid, en is er sprake van een gebrek in het voortraject.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
