ECLI:NL:RBDHA:2025:8167
Rechtbank Den Haag · 13-02-2025 · zaaknummer NL25.4197
Inhoudsindicatie
Naar het oordeel van de rechtbank is het beroep tegen de maatregel van bewaring van 28 januari 2025 op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000 ongegrond en dient het verzoek om schadevergoeding te worden afgewezen. De zware grond onder 3a en de lichte gronden onder 4a, 4c en 4d en de daarbij gegeven motivering zijn reeds voldoende om de maatregel van bewaring te kunnen dragen. De minister heeft zich terecht en afdoende gemotiveerd op het standpunt gesteld dat in dit geval geen andere afdoende, maar minder dwingende maatregel dan de inbewaringstelling doeltreffend kon worden toegepast.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[eiser]
eiser · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
