ECLI:NL:RBDHA:2025:8098
Rechtbank Den Haag · 23-04-2025 · zaaknummer NL25.16583
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 23 november 2024 is aan eiser met toepassing van artikel 6, derde lid, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw) een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd. Bij de behandeling van het vervolgberoep op zitting verblijft eiser ruim eenentwintig weken in grensdetentie. Ongeacht aan wat of wie dat ligt, vindt de rechtbank deze periode zo lang dat niet meer kan worden gezegd dat de vrijheidsontneming zo kort als mogelijk duurt zoals bedoeld in artikel 9, eerste lid, van de Opvangrichtlijn. De rechtbank is daarom van oordeel dat eisers belang bij het in vrijheid kunnen afwachten van de beslissing op zijn asielberoep nu zwaarder weegt dan het grensbewakingsbelang. De rechtbank beveelt de opheffing van de vrijheidsontnemende maatregel.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.
Partijen
[eiser]
eiser · onbekend
de minister van Asiel en Migratie
verweerder · overheid
Overheidspartijen
de minister van Asiel en Migratie
verweerder
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
