ECLI:NL:RBDHA:2025:7780
Rechtbank Den Haag · 17-04-2025 · zaaknummer C/09/656929 / FA RK 23-8331
Inhoudsindicatie
Partijen wonen sinds 1995 in een buitenland. In het echtscheidingsconvenant (2008) hebben partijen afspraken gemaakt over de partneralimentatie die de man aan de vrouw moet betalen. Nadat de rechtbank de echtscheiding had uitgesproken, is in datzelfde jaar het dienstverband van de man met zijn toenmalige werkgever beëindigd. De man is vervolgens is vervolgens bij een andere werkgever gaan werken. Dit dienstverband is geëindigd in 2010. Vanaf dat moment heeft de man de partneralimentatie niet meer (volledig) betaald. In 2011 werd de vrouw 65 jaar en 2012 de man. De man is vanaf dat moment helemaal gestopt met het betalen van de partneralimentatie. Vanaf 2012 heeft de vrouw derdenbeslag laten leggen onder het aan de man toekomende deel van een lijfrente (door partijen ook aangeduid als pensioen) en bankrekeningen; vanaf 2013 op de AOW-uitkering van de man en in 2017 op het aandeel van de man in een spaar/leven polis van partijen. De man heeft de vrouw regelmatig gevraagd om de alimentatieafspraken aan te passen. De vrouw heeft dit steeds geweigerd. De vrouw stelt dat de alimentatieverplichting van de man aan haar, zoals die is overeengekomen in het convenant, is geëindigd aan het eind van de 12-jaarstermijn in 2020. De vrouw heeft de man jaarlijks opgave gedaan van de door haar gestelde achterstand. Zij stelt de verhaalde bedragen te hebben verrekend met de door de man verschuldigde bedragen (in de opgaven van de vrouw aan de man staan geen specificaties). De vrouw heeft over de door haar gestelde achterstand steeds een rentevergoeding berekend van 4,5%. De achterstallige alimentatie en rente bedroegen volgens de opgave van de vrouw aan de man van 21 januari 2020 op 1 januari van dat jaar € 203.580,86. Naast een aantal processuele beslissing is de rechtbank van oordeel dat man voldoende heeft aangetoond dat hij vanaf de dag dat hij 65 jaar werd niet meer de draagkracht had om de overeengekomen partneralimentatie aan de vrouw te betalen en heeft de partneralimentatie met ingang van die datum op nihil bepaald. Met de beslagleggingen heeft de vrouw zich naar het oordeel van de rechtbank ongerechtvaardigd verrijkt. De vrouw moet de bedragen die zij vanaf vijf jaar voor het indienen van het verzoekschrift door de man uit hoofde van de beslagleggingen heeft ontvangen, te verhogen met de wettelijke rente, als schadevergoeding aan de man betalen.
Rechters
Advocaten
Partijen
[verweerster]
verweerster · onbekend
[verzoeker]
verzoeker · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
