ECLI:NL:RBDHA:2025:714
Rechtbank Den Haag · 22-01-2025 · zaaknummer NL24.3902
Inhoudsindicatie
De rechtbank oordeelt dat eiser zich terecht op het standpunt heeft kunnen stellen dat de minister, voor wat betreft de beoordeling van de relevante elementen van eisers asielaanvraag, ten onrechte heeft gesteld dat is voldaan aan de samenwerkingsplicht en er geen reden was om het asieldossier in Griekenland op te vragen. Op grond van het arrest van het Hof van Justitie (18 juni 2024), had de minister zo spoedig mogelijk informatie uit dienen te wisselen met de bevoegde autoriteit van de lidstaat die eerder aan dezelfde verzoeker de vluchtelingenstatus had toegekend.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
