ECLI:NL:RBDHA:2025:6829
Rechtbank Den Haag · 25-04-2025 · zaaknummer 24/2615
Inhoudsindicatie
Het vastgestelde gezamenlijke toetsingsinkomen van eiser, zijn echtgenote en zijn zoon is hoger dan het bedrag dat is vermeld in artikel 2a, tweede lid, onder c, van het Bht. Eiser voldoet daarom niet aan de voorwaarden voor toepassing van de hardheidsclausule van artikel 2a van het Bht. Verweerder heeft dan ook terecht het standpunt ingenomen dat bij de berekening van het recht van eiser op huurtoeslag het inkomen van zijn zoon niet buiten beschouwing kan worden gelaten.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.
Partijen
Dienst Toeslagen
verweerder · overheid
[eiser]
eiser · onbekend
Overheidspartijen
Dienst Toeslagen
verweerder
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
