ECLI:NL:RBDHA:2025:4413
Rechtbank Den Haag · 20-03-2025 · zaaknummer NL24.46550
Inhoudsindicatie
Visum kort verblijf afgewezen. Gegrond. Hoewel de minister in beginsel kan worden gevolgd in zijn stelling dat elke visumaanvraag op zijn eigen merites beoordeeld moet worden, laat dit onverlet dat feiten en omstandigheden rondom een eerdere visumverlening van invloed kunnen zijn op de beoordeling van latere visumaanvragen. In dit geval is de rechtbank van oordeel dat het feit dat eiser driemaal eerder tijdig is teruggekeerd wel degelijk een omstandigheid is die de minister had moeten betrekken bij de beoordeling van de vraag of het aannemelijk is dat eiser tijdig terug zal keren naar Senegal. De beroepsgrond slaagt. Daarnaast overweegt de rechtbank dat de minister eiser ook in het kader van de beoordeling van zijn economische binding met Senegal had moeten horen. In bezwaar heeft eiser immers zijn standpunt onderbouwd dat er sprake is van economische binding door het overleggen van onder andere zijn arbeidscontract. Hij heeft zich daarmee ingespannen om aan te tonen dat hij aan de voorwaarden voldoet. Dat het eiser van meet af aan duidelijk had moeten zijn dat hij zijn economische binding niet enkel kon aantonen door het overleggen van een arbeidscontract volgt de rechtbank niet.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
