ECLI:NL:RBDHA:2025:3193
Rechtbank Den Haag · 27-01-2025 · zaaknummer Nl23.16927 en NL23.16929 en NL23.16931
Inhoudsindicatie
Uit de Afdelingsuitspraak van 9 oktober 2024 blijkt dat t.a.v. Kroatië in zijn algemeenheid van het interstatelijk vertrouwensbeginsel kan worden uitgegaan. De door eisers overgelegde stukken leiden niet tot een ander oordeel. Daarnaast is niet aannemelijk gemaakt dat eisers persoonlijk een reëel risico lopen op een met artikel 4 Handvest/artikel 3 EVRM strijdige behandeling. Ook het beroep op artikel 17 Dvo slaagt niet. Aanwezigheid familielid in Nederland en verblijfsduur eisers zijn geen bijzondere omstandigheden. Omstandigheden die zien op het interstatelijk vertrouwensbeginsel heeft de minister in redelijkheid niet van betekenis hoeven achten bij artikel 17 Dvo
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[eiser]
eiser · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
