ECLI:NL:RBDHA:2025:2987
Rechtbank Den Haag · 20-02-2025 · zaaknummer NL24.51489
Inhoudsindicatie
Dublin Kroatië. Beroep ongegrond. Verweerder heeft zich terecht en deugdelijk gemotiveerd op het standpunt gesteld dat eiseres niet aannemelijk heeft gemaakt dat zij en haar kinderen bij overdracht aan Kroatië een reëel risico lopen op een met artikel 4 van het Handvest strijdige behandeling. Er is geen landeninformatie over Kroatië overgelegd waaruit blijkt dat Dublinclaimanten bij overdracht aan Kroatië een reëel risico lopen op een met artikel 4 van het Handvest strijdige behandeling. De verklaringen over wat eiseres zelf persoonlijk in Kroatië heeft meegemaakt zijn onvoldoende. Verweerder heeft geen aanleiding hoeven zien om gebruik te maken van de discretionaire bevoegdheid zoals neergelegd in artikel 17 van de Dublinverordening. Geen sprake van onevenredige hardheid. Niet aannemelijk gemaakt dat er sprake is van psychische klachten en dat die klachten zullen verergeren bij overdracht. Het enkel stellen van trauma’s is onvoldoende.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.
Partijen
de minister van Asiel en Migratie
verweerder · overheid
Overheidspartijen
de minister van Asiel en Migratie
verweerder
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
