ECLI:NL:RBDHA:2025:28012
Rechtbank Den Haag · 08-12-2025 · zaaknummer NL25.25405
Inhoudsindicatie
In de tussenuitspraak heeft de rechtbank, kort gezegd, vastgesteld dat het bestreden besluit zorgvuldigheids- en motiveringsgebreken bevat. Verweerder heeft bij de gemaakte belangenafweging in het kader van artikel 8 van het EVRM een onjuist en te streng juridisch kader gehanteerd. Daarbij is geen sprake van een ‘fair balance’ tussen de belangen van eisers (en hun gezinsleden) en de belangen van de Nederlandse Staat.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.
Partijen
[eiser]
eiser · onbekend
de minister van Asiel en Migratie
verweerder · overheid
Overheidspartijen
de minister van Asiel en Migratie
verweerder
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
