ECLI:NL:RBDHA:2025:22362
Rechtbank Den Haag · 20-11-2025 · zaaknummer NL24.5966
Inhoudsindicatie
In deze tussenuitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eisers tegen de afwijzing van hun aanvraag voor een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) voor het doel ‘Verblijf als familie- of gezinslid’. De minister heeft de aanvraag afgewezen omdat de familierechtelijke band niet is aangetoond, geen sprake is van bijkomende elementen van afhankelijkheid die leiden tot beschermingswaardig gezinsleven in de zin van artikel 8 van het EVRM en de belangenafweging in het nadeel van eisers uitvalt. Naar het oordeel van de rechtbank heeft de minister onvoldoende gemotiveerd dat de familierechtelijke relatie door middel van de overgelegde tazkera’s niet is aangetoond. Ook is de rechtbank van oordeel dat de minister ten onrechte heeft geconcludeerd dat geen sprake is van een meer dan gebruikelijke afhankelijkheidsrelatie. De belangenafweging zoals die nu beschreven staat in het bestreden besluit houdt geen stand nu naar het oordeel van de rechtbank sprake is van beschermingswaardig gezinsleven in de zin van artikel 8 van het EVRM. Het beroep is gegrond, nu het bestreden besluit in strijd is met het motiverings- en zorgvuldigheidsbeginsel. De rechtbank ziet aanleiding om de minister in de gelegenheid te stellen dit gebrek te herstellen.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[eiser]
eiser · onbekend
[eiseres]
eiseres · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
