Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:RBDHA:2025:22358

Rechtbank Den Haag · 26-11-2025 · zaaknummer C/09/681538 / HA ZA 25-229

Civiel rechtGepubliceerd 27-11-2025
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

IPR; art. 431 lid 2 Rv en Gazprombank-jurisprudentie. Prejudiciële vragen aan de Hoge Raad. Creëert art. 431 lid 2 Rv ook rechtsmacht wanneer de zaak op het moment van dagvaarden geen aanknopingspunten heeft met de Nederlandse rechtssfeer? Zo ja: heeft een eiser voldoende belang bij een vordering ex art. 431 lid 2 Rv als er geen concrete reden is om te verwachten dat in Nederland kan worden geëxecuteerd? Incidenten tot zekerheidsstelling en schorsing van de tenuitvoerlegging afgewezen.

Rechters

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.