ECLI:NL:RBDHA:2025:22246
Rechtbank Den Haag · 31-10-2025 · zaaknummer NL24.33552
Inhoudsindicatie
Afwijzing aanvraag visum kort verblijf. Onvoldoende uiteengezet waarom het doel en de omstandigheden van het voorgenomen verblijf niet zijn aangetoond. Als het standpunt van verweerder is dat eiser niet een kortdurend verblijf in Nederland beoogt, heeft die tegenwerping betrekking op het vestigingsgevaar. Op dit punt is het beroep gegrond en de rechtbank vernietigd het bestreden besluit. Rechtsgevolgen blijven in stand. Vestigingsgevaar is een zelfstandige grond om het visum te weigeren. Sociale binding. Economische binding. Garantiesom/meldplicht. Hoorplicht.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.
Partijen
[eiser]
eiser · onbekend
de minister van Buitenlandse Zaken
verweerder · overheid
Overheidspartijen
de minister van Buitenlandse Zaken
verweerder
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
