ECLI:NL:RBDHA:2025:19487
Rechtbank Den Haag · 28-10-2025 · zaaknummer 11806952 RP VERZ 25-50537
Inhoudsindicatie
Opzegging van een arbeidsovereenkomst binnen proeftijd. Werknemer heeft feiten aangevoerd die doen vermoeden dat het proeftijdontslag is gegeven omdat werknemer vanuit zijn geloofsovertuiging niet de hand van een vrouwelijke collega wilde schudden. Werkgever is er niet in geslaagd om dat vermoeden te ontkrachten. Dat betekent dat de werkgever indirect onderscheid heeft gemaakt waarvoor naar het oordeel van de kantonrechter geen objectieve rechtvaardiging bestaat. De opzegging van de arbeidsovereenkomst is daarom ongeldig en werknemer heeft recht op een billijke vergoeding.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[verweerster]
verweerster · onbekend
[verzoeker]
verzoeker · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
