ECLI:NL:RBDHA:2025:16775
Rechtbank Den Haag · 10-09-2025 · zaaknummer NL25.14030
Inhoudsindicatie
Deze uitspraak gaat over de afwijzing van de asielaanvraag van eiser als bedoeld in artikel 28 van de Vw 2000 , en het opleggen van een inreisverbod voor de duur van 10 jaar. De minister heeft dit besluit genomen omdat eiser zich vóór zijn komst naar Nederland schuldig zou hebben gemaakt aan een ernstig niet-politiek misdrijf in de zin van artikel 1(F) van het Vluchtelingenverdrag (Vv), te weten de productie van en/of handel in drugs. Eiser is het hier niet mee eens. Hij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de afwijzing van de asielaanvraag en het opleggen van het inreisverbod. De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de afwijzing van de asielaanvraag en het opleggen van het inreisverbod in stand kunnen blijven. De minister heeft namelijk voldoende onderbouwd dat het aannemelijk is dat eiser zich in Turkije schuldig heeft gemaakt aan drugshandel en daarvoor ook tweemaal is veroordeeld. Daarbij heeft de minister het nodige onderzoek verricht en valt niet in te zien welk onderzoek nog meer verwacht kan worden. Van zijn kant heeft eiser meermaals vaag en tegenstrijdig verklaard over de toedracht van zijn veroordelingen en nagelaten om concrete informatie in het geding te brengen ter onderbouwing van zijn stelling dat het gaat om onterechte veroordelingen. Dit kon wel van hem verwacht worden.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[eiser]
eiser · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
