Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:RBDHA:2025:12966

Rechtbank Den Haag · 23-06-2025 · zaaknummer C/09/677587 / JE RK 24-2291

Civiel recht; Personen- en familierechtGepubliceerd 17-07-2025
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

Afwijzing machtiging tot uithuisplaatsing. Ten aanzien van de juridische verweren van de advocaat van de vader overweegt de kinderrechter het volgende. Het verzoek van de Raad tot een machtiging uithuisplaatsing is gelijktijdig ingediend en behandeld met het verzoek tot ondertoezichtstelling en bij beschikking van 16 januari 2025 aangehouden. Anders dan de raadsvrouw stelt kan het gehandhaafde verzoek van de Raad niet gelijkgesteld worden met het verzoek van de GI om een eenmaal uitgevoerde machtiging tot uithuisplaatsing te beëindigen, om de simpele reden dat er nog helemaal geen sprake is van een uitgevoerde machtiging tot uithuisplaatsing. Deze machtiging is (nog) helemaal niet afgegeven, laat staan uitgevoerd. Voorts heeft de Raad als verzoekende partij een onderzoekende taak en geen toetsende rol zoals bedoeld in artikel 1:265j lid 3 Burgerlijk Wetboek. De taak van de Raad zoals vastgelegd in het hiervoor genoemde artikel heeft betrekking op een situatie waarbij er sprake is van een uithuisplaatsing van twee jaar of langer. Nu er überhaupt (nog) geen machtiging tot uithuisplaatsing is uitgesproken, is van die situatie geen sprake. Verder is voldoende door de Raad aangevoerd dat het volgens hun mening in het belang van de minderjarige is om zonder een besluit van het College van B&W zoals bedoeld in artikel 2.3 lid 1 Jeugdwet, het verzoek in te dienen. Ten aanzien van de machtiging tot uithuisplaatsing overweegt de kinderrechter dat ondanks het uitspreken van de ondertoezichtstelling en de betrokkenheid van de GI de ernstige zorgen over de ontwikkeling van de minderjarige en de onrustige en instabiele thuissituatie zoals vastgesteld bij beschikking van 16 januari 2025, nog steeds aanwezig zijn. Er lijkt sprake te zijn van een goede samenwerking tussen de GI en de vader en de minderjarige zijn aangemeld voor dagbesteding en school en voor onderzoek en behandeling, maar feitelijk is er nog onvoldoende verandering teweeg gebracht in de opvoedomgeving van de minderjarige. De kinderrechter deelt de zorgen van de Raad over de situatie van de minderjarige, maar gebleken is dat er sprake is van een discrepantie in visie ten aanzien van de zorgen tussen de Raad en de GI, waarbij de GI de opvoedomgeving van de minderjarige bij de vader wel veilig genoeg acht en een uithuisplaatsing op dit moment niet in het belang van Brian vindt Hoewel de kinderrechter zich grote zorgen maakt om de situatie van de minderjarige is een uithuisplaatsing niet alleen een zeer ingrijpende maatregel voor de minderjarige, maar ook voor de andere betrokkenen. Daarbij is het naar het oordeel van de kinderrechter op dit moment onvoldoende duidelijk geworden hoe die uithuisplaatsing er wel voor zal zorgen dat de situatie zal veranderen, bijvoorbeeld hoe de minderjarige dan gemotiveerd zal worden om weer naar dagbesteding of school te gaan. De kinderrechter zal de machtiging tot uithuisplaatsing daarom voor dit moment afwijzen.

Rechters

Advocaten

  • H.M.M. de Vries Veringa

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.