ECLI:NL:RBDHA:2025:11892
Rechtbank Den Haag · 30-06-2025 · zaaknummer 11623641 RP VERZ 25-50246
Inhoudsindicatie
In deze zaak gaat het om de vraag of de ontbindende voorwaarde uit de leer-/arbeidsovereenkomst tussen partijen rechtsgeldig is ingeroepen. De kantonrechter is van oordeel dat dit niet het geval is, omdat BMM invloed heeft uitgeoefend op het intreden van de ontbindende voorwaarde. Dit heeft als gevolg dat de leer-/arbeidsovereenkomst niet van rechtswege is geëindigd en dat BMM heeft opgezegd in strijd met artikel 7:671 BW. De door Mol verzochte vernietiging van de opzegging wordt daarom toegewezen, net zoals de verzochte verklaring voor recht dat haar leer-/arbeidsovereenkomst nog steeds voortduurt. De kantonrechter veroordeelt BMM daarnaast tot loondoorbetaling en wedertewerkstelling en bepaalt dat BMM actief dient mee te werken aan de diplomering van Mol. Het tegenverzoek van BMM om de leer-/arbeidsovereenkomst met Mol te ontbinden wordt afgewezen, omdat er geen sprake is van een verstoorde arbeidsverhouding tussen partijen en artikel 12.7 van de praktijkovereenkomst geen redelijke grond is voor ontbinding zoals bedoeld in artikel 7:699 lid 3 BW. De kantonrechter zal Mol ook niet veroordelen tot terugbetaling van haar opleidingskosten, nu de leer-/arbeidsovereenkomst tussen partijen nog voortduurt.
Rechters
In deze uitspraak zijn geen namen van rechters gepubliceerd.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
