ECLI:NL:RBDHA:2024:9923
Rechtbank Den Haag · 25-06-2024 · zaaknummer NL24.23564 en AWB 24.9534
Inhoudsindicatie
HTL + Art. 56. Relevant is de vraag wat wel een geschikte plek is voor eiser en of het COa zich voldoende en tijdig heeft ingespannen om eiser van de juiste zorg te voorzien. De rechtbank is van oordeel dat dit het geval is. Het COa heeft eerst getracht eiser te voorzien van de juiste zorg door in contact te treden met o.a. het GZA, de GGZ, de IBO en het MEE. Vervolgens is eiser overgeplaatst naar een andere opvanglocatie waarbij het COa in overleg is getreden met het COa, Dimence, CTP Veldzicht en de Politie. In het licht van de weigerachtige houding van eiser en nu eiser niet heeft toegelicht wat nog meer van het COa gevraagd had mogen worden is de rechtbank van oordeel dat het COa zich – alvorens over te gaan tot HTL-plaatsing – maximaal heeft ingespannen om eiser van de juiste zorg te voorzien. De stelling van eiser dat het COa eerder stappen had moeten ondernemen om eiser in Veldzicht te kunnen plaatsen wordt dan ook niet gevolgd; het initiatief om dit eerder te bewerkstelligen lag bij eiser (en zijn gemachtigde) zelf. De rechtbank is van oordeel dat HTL-plaatsing niet de ideale maar wel degelijk de enige realistische optie voor het COa was. Gelet op het GZA-akkoord voor deze plaatsing (volgend op de voor eiser gemaakte bijzondere afspraken met betrekking tot de plaatsing) ziet de rechtbank ook in de medische omstandigheden van eiser geen reden voor belemmering.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
