ECLI:NL:RBDHA:2024:8523
Rechtbank Den Haag · 03-06-2024 · zaaknummer 23/2202
Inhoudsindicatie
Eiser heeft verzocht om hem en zijn familieleden over te brengen naar Nederland. Verweerder heeft dit verzoek afgewezen omdat eiser zijn verzoek niet binnen de daarvoor in de Kamerbrief aangewezen periode heeft ingediend. De rechtbank is van oordeel dat verweerder in het onderhavige geval eiser niet heeft mogen tegenwerpen dat hij zijn verzoek voor de startdatum van 15 augustus 2021 heeft gedaan. Eiser heeft zich immers net buiten de door verweerder gestelde periode gemeld, slechts drie dagen eerder. Verweerder heeft niet goed gemotiveerd waarom het verzoek desondanks niet is meegenomen. Verweerder zal een nieuw besluit moeten nemen met inachtneming van deze uitspraak. Het beroep is gegrond.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.
Partijen
[eiser]
eiser · onbekend
de minister van Buitenlandse Zaken
verweerder · overheid
Overheidspartijen
de minister van Buitenlandse Zaken
verweerder
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
