Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:RBDHA:2024:8499

Rechtbank Den Haag · 04-06-2024 · zaaknummer NL24.20258m NL24.21272 en NL24.21362

Bestuursrecht; VreemdelingenrechtGepubliceerd 04-06-2024
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

Bewaring - prejudiciële vraag “schottentheorie” Eiser is ononderbroken in bewaring gehouden op grond van twee aansluitend opgelegde maatregelen tot bewaring. De rechtbank stelt vast, net als beide partijen, dat de eerste maatregel, die is opgelegd om de overdracht van eiser aan Spanje te verzekeren, onrechtmatig is geweest voordat deze maatregel is opgeheven. Verweerder heeft eiser evenwel niet in vrijheid gesteld, maar heeft eiser -in de situatie dat zijn vrijheid onrechtmatig werd ontnomen- in bewaring gehouden en aan hem een nieuwe maatregel opgelegd. Deze nieuwe maatregel is opgelegd om de verwijdering van eiser naar zijn land van herkomst te verzekeren en is ten tijde van de rechterlijke toetsing de grondslag van de bewaring. De rechtsvraag die in het hoofdgeding voorligt is de vraag of de omstandigheid dat de eerste maatregel onrechtmatig is geweest maar eiser ononderbroken in bewaring is gehouden, reeds meebrengt dat de rechterlijke autoriteit de onmiddellijke invrijheidstelling moet gelasten of dat de rechterlijke autoriteit hiertoe alleen bevoegd en verplicht is als de tweede maatregel ook onrechtmatig is. De rechtbank vraagt het Hof in wezen om uit te leggen of in deze situatie de rechterlijke toetsing van de bewaring betrekking heeft op de rechtmatigheid van de ononderbroken periode van vrijheidsontneming of betrekking heeft op de rechtmatigheid van de twee separate bewaringsmaatregelen. De Unierechtelijke bepalingen en de daarin vervatte verplichting voor de rechtelijke autoriteit om de onmiddellijke invrijheidstelling te gelasten als de bewaring niet of niet langer rechtmatig is, zijn duidelijk. De grondrechten op vrijheid en op een doeltreffende voorziening in rechte hebben een fundamenteel karakter. Omdat de bewaring een inbreuk op het recht op vrijheid behelst, mag er geen enkele twijfel bestaan over de omvang van de verplichting van de rechterlijke autoriteit en de wijze waarop een doeltreffende voorziening in rechte moet worden geboden als de in bewaring gehouden persoon verzoekt om in vrijheid te worden gesteld. De rechtbank verzoekt het Hof de geformuleerde vraag in de prejudiciële spoedprocedure (PPU) te beantwoorden.

Advocaten

In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.

In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.

Partijen

  • Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid

    verweerder · overheid

  • [eiser]

    eiser · onbekend

Overheidspartijen

  • Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid

    verweerder

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.