ECLI:NL:RBDHA:2024:8032
Rechtbank Den Haag · 27-05-2024 · zaaknummer NL24.17737
Inhoudsindicatie
De rechtbank oordeelt dat de staatssecretaris heeft mogen concluderen dat de politieke activiteiten van eiser en de daaropvolgende problemen ongeloofwaardig zijn. Verder overweegt de rechtbank dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij te vrezen heeft voor de Tadzjiekse autoriteiten vanwege zijn politieke overtuiging. Eiser heeft ook niet toegelicht waarom het dragen van een baard voor hem bijzonder belangrijk is, waardoor de staatssecretaris gevolgd kan worden in zijn conclusie dat niet is gebleken dat het dragen van een baard voor eiser voortkomt uit een fundamentele religieuze overtuiging. De rechtbank oordeelt verder dat eiser met de door hem overgelegde artikelen niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij bij terugkeer en bij vervulling van de dienstplicht behandeld zal worden in strijd met artikel 3 van het EVRM.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
