ECLI:NL:RBDHA:2024:7774
Rechtbank Den Haag · 24-04-2024 · zaaknummer AWB 23/7783
Inhoudsindicatie
Aanvraag tot het verlenen van een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) met als doel ‘verblijf bij familie- of gezinslid bij referente’ op grond van artikel 8 van het EVRM afgewezen. Verweerder heeft zich op het standpunt kunnen stellen dat er onvoldoende grond is voor het aannemen van een meer dan gebruikelijke afhankelijkheidsrelatie tussen eiseres (moeder) en referente (dochter). Referente woont al ruim tien jaren niet meer bij haar moeder en eiseres heeft pas recent een geïntensiveerde zorgbehoefte. De gestelde financiële afhankelijkheid is niet onderbouwd. Dat van en naar Armenië reizen belastend is voor referente (en haar gezin) heeft verweerder niet tot een ander standpunt hoeven leiden. Referente heeft met haar emigratie immers zelf het risico genomen dat zij in de toekomst niet de zorg voor eiseres kon dragen indien dat nodig zou zijn. Niet is gebleken dat zorg daar dan wel op afstand niet volstaat. Eiseres heeft sterkere banden met Armenië dan met Nederland en het economisch belang van de Nederlandse overheid weegt zwaar. Het beroep is ongegrond.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
