ECLI:NL:RBDHA:2024:75
Rechtbank Den Haag · 05-01-2024 · zaaknummer NL23.40227
Inhoudsindicatie
Bewaring ex. artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw). Gegrond. De rechtbank oordeelt dat de omstandigheid dat eiser in Duitsland asiel heeft aangevraagd niet maakt dat eiser rechtmatig verblijf heeft in Nederland. Uit bovenstaande volgt tevens dat de beroepsgrond dat eiser op grond van artikel 6, tweede lid, van de Terugkeerrichtlijn aan aanzegging had moeten krijgen om terug te keren naar België, niet slaagt. De rechtbank stelt daarnaast vast dat de vreemdeling op het moment van het sluiten van het onderzoek ter zitting al meer dan 48 uur op een onjuiste grondslag in bewaring zit en dat indien de staatssecretaris in de uitleg van de jurisprudentie van de Afdeling wordt gevolgd de vreemdeling feitelijk drie dagen op een onjuiste grondslag kan worden vastgehouden zonder dat hier consequenties aan verbonden zijn. De rechtbank acht dit, mede omdat geen duidelijkheid is verschaft over het moment van een eventuele omzetting, onvoldoende voortvarend.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
