ECLI:NL:RBDHA:2024:7108
Rechtbank Den Haag · 10-05-2024 · zaaknummer 09/203114-22
Inhoudsindicatie
Verkeersongeval op 15 februari 2020. Vrijspraak van artikel 6 Wegenverkeerswet, veroordeling voor het subsidiair ten laste gelegde artikel 5 Wegenverkeerswet. De verdachte is na een ruzie met zijn vrouw al huilende gaan rijden. In een straat met aan beide zijden parkeervakken met auto’s erin en verkeersdrempels heeft hij vervolgens het slachtoffer aangereden. Hij heeft zijn auto dus niet tot stilstand kunnen brengen binnen de afstand waarover hij de weg kon overzien en waarover deze vrij was. Gelet op het vorenstaande is de rechtbank van oordeel dat de verdachte zich zodanig heeft gedragen dat gevaar op de weg werd veroorzaakt. Daarnaast is de verdachte veroordeeld voor rijden onder invloed (artikel 8 Wegenverkeerswet) en het verlaten van de plaats van het ongeval (artikel 7 Wegenverkeerswet). De rechtbank acht daarbij van belang dat de verdachte een tik heeft gehoord en zijn auto rechtsvoor aanliep. De verdachte had onder deze omstandigheden niet moeten doorrijden, maar moeten uitstappen en controleren wie of wat hij had geraakt. De verdachte is veroordeeld tot een taakstraf van 70 uren, een taakstraf van 30 uren, een geldboete van €650,- en een voorwaardelijke ontzegging van de bevoegdheid tot het besturen van motorrijtuigen voor de periode van één jaar met aftrek.
Rechters
Advocaten
- H. Polat
Officier van justitie
- S. Sleeswijk-Visser
officier van justitie
Partijen
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
