ECLI:NL:RBDHA:2024:710
Rechtbank Den Haag · 17-01-2024 · zaaknummer C/09/651918 / FA RK 23-5701
Inhoudsindicatie
De rechtbank komt tot de conclusie dat de moeder onvoldoende heeft gedaan om de omgang tussende minderjarige en de vader te bevorderen, en dat het belang van de minderjarige om in Nederland te wonen en daar structureel en duurzaam omgang te hebben met haar vader zwaarder weegt dan het belang dat zij heeft om op Ibiza te blijven. De rechtbank zal het verzoek van de vader dan ook toewijzen. Wel is het in het belang van de minderjarige dat de moeder enige tijd krijgt om de verhuizing voor te bereiden, waaronder het vinden van een woning en het inschrijven van de minderjarige bij een school. De rechtbank zal daarom bepalen dat de moeder met de minderjarige moet terugverhuizen vóór de Nederlandse meivakantie die loopt van 27 april 2024 tot en met 5 mei 2024. De minderjarige heeft dan tijdens die vakantie tijd om weer aan Nederland te wennen en zich voor te bereiden op school.
Rechters
In deze uitspraak zijn geen namen van rechters gepubliceerd.
Advocaten
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
