ECLI:NL:RBDHA:2024:6849
Rechtbank Den Haag · 25-03-2024 · zaaknummer C/09/645004 / HA RK 23-116
Inhoudsindicatie
artikel 6 lid 4 van de TOS berust niet op de gedachte dat een persoon die meerderjarig is geworden enkel daardoor de gelegenheid moet worden geboden alsnog te opteren voor een nationaliteit die afwijkt van die van de vader of eventueel de moeder. Dat is in dat artikel ook niet te lezen. Het artikel beoogt slechts een correctiemogelijkheid te bieden voor gevallen waarin de werking van de leden 1 en 2 van artikel 6 van de TOS ertoe leidt dat een minderjarig kind een andere nationaliteit verkrijgt dan het zou hebben verkregen indien het reeds meerderjarig zou zijn geweest op het tijdstip van inwerkingtreding van de TOS. Dat is evenwel, zoals hiervoor is weergegeven, bij verzoekster niet het geval. Voor verzoekster stond de optiemogelijkheid van artikel 6 lid 4 van de TOS dan ook niet open. Er is ook geen andere wetsbepaling waaruit volgt dat verzoekster, zoals zij stelt, bij meerderjarigheid het recht had om door middel van een wilsverklaring te opteren voor het Nederlanderschap. Het verzoek tot vaststelling van het Nederlanderschap wordt afgewezen.
Rechters
In deze uitspraak zijn geen namen van rechters gepubliceerd.
Advocaten
- F.W. King
- M.E.M. Jacquemard
- M.L.K. Law
Partijen
[verzoekster]
verzoekster · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
