Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:RBDHA:2024:6303

Rechtbank Den Haag · 26-04-2024 · zaaknummer C/09/664001 / KG ZA 24-303

Civiel rechtGepubliceerd 26-04-2024
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

Aan de eiser in dit kort geding, die in het verleden is veroordeeld voor meerdere gevallen van oplichting, is in 2013 door de strafrechter de verplichting opgelegd tot betaling aan de Staat van een bedrag ter ontneming van wederrechtelijk voordeel. In 2017 stond nog een aanzienlijk deel van die vordering open. Door de strafrechter is toen beslist dat, omdat eiser het openstaande bedrag niet vrijwillig betaalde, eiser voor een bepaalde duur zijn vrijheid mocht worden ontnomen als dwangmiddel om betaling te verkrijgen. Eiser heeft daarna tevergeefs enkele malen aan de strafrechter verzocht om de ontnemingsvordering kwijt te schelden of te verminderen, stellende dat er bij hem geen sprake is van betalingsonwil, maar van betalingsonmacht. Die verzoeken zijn telkens afgewezen. Eiser is uiteindelijk in maart 2024 in gijzeling genomen in verband met de ontnemingsvordering. Dat was direct na de schorsing van de voorlopige hechtenis waarin eiser zich toen bevond naar aanleiding van de verdenking van het plegen van nieuwe aan oplichting gerelateerde feiten. Het is eiser niet gelukt om daarna met het CJIB een betalingsregeling te treffen voor de aflossing van de ontnemingsvordering, waardoor hij zich nog steeds in gijzeling bevindt. Eiser heeft in dit kort geding gevorderd dat de voorzieningenrechter ordemaatregelen treft, in die zin dat de Staat wordt verboden om de gijzeling verder te executeren, wordt geboden om hem in vrijheid te stellen en wordt geboden om alsnog akkoord te gaan met de door eiser laatstelijk aangeboden betalingsregeling. Daaraan legt eiser ten grondslag dat hij niet in staat is om aan zijn betalingsverplichting te voldoen. De voorzieningenrechter ziet daarvoor echter geen aanleiding. Daarvoor is in de kern redengevend dat het op de weg van eiser ligt om zijn betalingsonmacht aan te tonen, maar dat hij dat niet heeft gedaan. Eiser heeft alleen naar voren gebracht dat hij enkel over een bijstandsuitkering kan beschikken, dat alles waarover hij heeft beschikt in beslag is genomen en dat zijn faillissement in 2019 is opgeheven bij gebrek aan baten. De voorzieningenrechter acht dat echter onvoldoende, zeker tegen de achtergrond van het feit dat er de afgelopen jaren meermaals waardevolle vermogensbestanddelen bij eiser zijn aangetroffen nadat hij een kwijtscheldings/verminderingsverzoek had ingediend of zijn faillissement was aangevraagd. Ook heeft de voorzieningenrechter er hierbij acht op geslagen dat het bedrag van de ontnemingsvordering nooit is verminderd door vrijwillige betaling, maar alleen door betalingen die afkomstig waren uit de verkoop van in beslag genomen goederen en uit een faillissement. De voorzieningenrechter is van oordeel dat het op de weg van eiser had gelegen om meer openheid van zaken te geven, onder meer over waar de opbrengst van de door hem gepleegde strafbare feiten, waar de ontnemingsvordering op ziet, is gebleven, maar dat heeft hij dus nagelaten. De voorzieningenrechter wijst de vorderingen van eiser daarom af.

Advocaten

In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.

Partijen

  • Staat der Nederlanden te Den Haag

    gedaagde · overheid

  • [eiser]

    eiser · onbekend

Overheidspartijen

  • Staat der Nederlanden te Den Haag

    gedaagde

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.