ECLI:NL:RBDHA:2024:5752
Rechtbank Den Haag · 22-04-2024 · zaaknummer NL24.1847
Inhoudsindicatie
Eiser stelt dat de staatssecretaris in het voornemen onvoldoende kenbaar is ingegaan op de door eiser in het gehoor genoemde omstandigheden die voor hem relevant zijn. Eiser stelt zich op het standpunt dat, ondanks de Afdelingsuitspraak van 13 september 2023, de staatssecretaris er ten onrechte van uitgaat dat informatie van de Kroatische autoriteiten betrouwbaar is. Daarbij stelt eiser dat er onwaarheden staan in de brief van de Kroatische autoriteiten van 15 november 2022, die de Afdeling bij haar uitspraak heeft betrokken, en bovendien heeft eiser de onbetrouwbaarheid van de Kroatische autoriteiten zelf ondervonden. Eiser is voorts van mening dat de staatssecretaris ten onrechte de bewijslast in zijn geheel bij eiser neerlegt. Eiser stelt tot slot dat de stelling van de staatssecretaris dat de Kroatische autoriteiten hebben toegezegd de asielaanvraag van eiser, in lijn met alle waarborgen zoals neergelegd in de Procedurerichtlijn, in behandeling te zullen nemen niet op gaat nu het verzoek is geaccepteerd op grond van artikel 20, lid 5, Dublinverordening en niet op grond van artikel 18, eerste lid en onder b, Dublinverordening.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
