ECLI:NL:RBDHA:2024:4396
Rechtbank Den Haag · 15-02-2024 · zaaknummer NL 24.2069
Inhoudsindicatie
Dublin Duitsland. Eisers gestelde minderjarige broer verblijft in Nederland en ze zijn samen naar Nederland gereisd. De rechtbank concludeert dat verweerder zich onvoldoende gemotiveerd op het standpunt heeft gesteld dat de band tussen eiser en zijn gestelde broer onvoldoende is aangetoond en er daardoor geen sprake is van een dusdanig bijzondere individuele omstandigheid dat verweerder de aanvraag op grond van artikel 17 van de Dublinverordening onverplicht aan zich had moeten trekken. De rechtbank is van oordeel dat het in het kader van de samenwerkingsverplichting op de weg van verweerder had gelegen om samen met eiser te onderzoeken wat de opties en mogelijkheden waren om de familierelatie nader te onderbouwen. Niet is gebleken dat dat is gebeurd. Het beroep is gegrond.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.
Partijen
[eiser]
eiser · onbekend
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid
verweerder · overheid
Overheidspartijen
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid
verweerder
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
