ECLI:NL:RBDHA:2024:4121
Rechtbank Den Haag · 18-03-2024 · zaaknummer NL24.4246
Inhoudsindicatie
De rechtbank is met verweerder van oordeel dat verweerder met de aanbiedingsbrief niet het gerechtvaardigde vertrouwen heeft gewekt dat het asielverzoek van eiser inhoudelijk zou worden behandeld. Er is sprake van een foutieve zien over de behandeling in de AA-procedure, maar hiermee heeft verweerder niet de bevoegdheid verloren om de Dublinverordening te volgen. Verder bieden de door eiser overgelegde rapporten onvoldoende aanknopingspunten om aannemelijk te maken dat in het geval van eiser niet van het interstatelijk vertrouwensbeginsel kan worden uitgegaan. De rechtbank merkt verder op dat eiser in het aanmeldgehoor heeft verklaard geen bezwaren te hebben tegen overdracht aan Zwitserland.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.
Partijen
[eiser]
eiser · onbekend
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid
verweerder · overheid
Overheidspartijen
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid
verweerder
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
