ECLI:NL:RBDHA:2024:4019
Rechtbank Den Haag · 09-02-2024 · zaaknummer NL22.14535
Inhoudsindicatie
Het gaat in deze zaak om een Syrische vreemdeling aan wie 1F van het Vluchtelingenverdrag is tegengeworpen. Om die reden is zijn asielvergunning met terugwerkende kracht ingetrokken en diens aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd afgewezen. De vreemdeling kan echter niet terug naar Syrië vanwege een reëel risico op schending van artikel 3 van het EVRM. Hij heeft daarom betoogd dat de staatssecretaris tegen hem geen terugkeerbesluit kan uitvaardigen en hem geen inreisverbod kan opleggen. Ter zitting heeft de staatssecretaris met inachtneming van het arrest van het Hof van 6 juli 2023, C-663/21 (ECLI:EU:C:2023:540) het terugkeerbesluit en het inreisverbod ingetrokken.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.
Partijen
Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid
verweerder · overheid
Overheidspartijen
Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid
verweerder
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
