ECLI:NL:RBDHA:2024:3793
Rechtbank Den Haag · 14-03-2024 · zaaknummer SGR 24/234
Inhoudsindicatie
Verzoek om een voorlopige voorziening hangende bezwaar tegen intrekking van het Nederlanderschap afgewezen. De voorzieningenrechter geeft een voorlopig rechtmatigheidsoordeel. Op de rechtsvragen die verzoeker heeft opgeworpen, is de hoogste bestuursrechter meermaals ingegaan. Daarmee is de voorzieningenrechter van oordeel dat voldoende is uitgekristalliseerd dat als uitgangspunt heeft te gelden dat artikel 14, tweede lid, aanhef en onder b, van de RWN dan wel de wijze waarop daar in dit soort zaken uitvoering aan wordt gegeven niet zonder meer in strijd is met enige regel of ernig beginsel van internationaal, Europees of nationaal recht. De voorzieningenrechter heeft beoordeeld of zich in deze zaak bijzonderheden voordoen die maken dat desalniettemin betwijfeld moet worden of de intrekking van het Nederlanderschap in de bodemprocedure in stand kan blijven. Dat is hier niet het geval. Verweerder heeft de aangevoerde omstandigheden meegewogen en in redelijkheid onvoldoende mogen achten om van de intrekking af te zien.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.
Partijen
[verzoeker]
verzoeker · onbekend
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid
verweerder · overheid
Overheidspartijen
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid
verweerder
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
