ECLI:NL:RBDHA:2024:23617
Rechtbank Den Haag · 26-09-2024 · zaaknummer 11245984 \ RL EXPL 24-14800
Inhoudsindicatie
Als gevolg van de discussie tussen partijen over het (voort)bestaan van de overeenkomst, de aard van de overeenkomst, de arbeidsomvang en hoogte van loon is in dit kort geding thans onvoldoende aannemelijk geworden dat de loonvordering van [eiser] in een bodemprocedure zal worden toegewezen. Het kort geding leent zich naar zijn aard niet voor nadere bewijslevering, zodat de loonvordering en de daarmee samenhangende vorderingen in dit kort geding niet toewijsbaar zijn.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[eiser]
eiser · onbekend
[gedaagde]
gedaagde · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
