ECLI:NL:RBDHA:2024:23152
Rechtbank Den Haag · 13-08-2024 · zaaknummer NL24.31027
Inhoudsindicatie
Grensdetentie art 6 lid 3 Vw, met Dublinaanknopingspunten. De rechtbank is van oordeel dat verweerder het grensbewakingsbelang niet heeft mogen laten prevaleren, nu al bij aanvang van de grensdetentie bekend was of had moeten zijn dat eiser hoe dan ook toegang zou verkrijgen tot het Schengengebied. Vanuit detentie kan immers niet worden overgedragen aan Italië en in geval van een afwijzing door Italië zou er onvoldoende tijd zijn om de asielaanvraag alsnog in de grensprocedure te behandelen, wat ook tot invrijheidsstelling van eiser zou leiden (art. 3 lid 6 Vw). De maatregel is daarom ook niet te goeder trouw opgelegd, nu deze niet voldoet aan het doel van art. 5, lid 1, aanhef en onder f, EVRM. Beroep gegrond.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[eiser]
eiser · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
