ECLI:NL:RBDHA:2024:19952
Rechtbank Den Haag · 15-10-2024 · zaaknummer NL24.28232
Inhoudsindicatie
Zowel in de beschikking van 31 mei 2024 als in de meest recente brief van 24 juli 2024 staat expliciet dat eiser een subsidiaire beschermingsstatus heeft verkregen in Zweden en dat deze status nog steeds geldig is. Het is dus niet zo dat eiser zijn subsidiaire beschermingsstatus in Zweden zou zijn verloren. Daarbij wijst de minister er terecht op dat op basis van vaste jurisprudentie van de Afdeling (uitspraak van 9 mei 2017, ECLI:NL:RVS:2017:1253) daarvoor een expliciet besluit tot intrekking danwel beëindiging van die subsidiaire status van de Zweedse autoriteiten vereist zou zijn. Ook wijst de minister er terecht op dat daarnaast een onderscheid moet worden gemaakt tussen enerzijds de aan eiser toegekende subsidiaire beschermingsstatus en anderzijds de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning (‘het pasje').
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[eiser]
eiser · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
