ECLI:NL:RBDHA:2024:18965
Rechtbank Den Haag · 14-11-2024 · zaaknummer UTR 24/6418 en UTR 24/6428
Inhoudsindicatie
Richtlijn 2004/38/EG; artikel 21, lid 1 en artikel 24 VWEU; artikel 8 EVRM. De minister heeft terecht vastgesteld dat eiseres aan het Unierecht geen afgeleid verblijfsrecht kan ontlenen. Het enkele feit dat referent óók de nationaliteit heeft van een andere lidstaat is daarvoor onvoldoende. Bij het verlenen van het afgeleide verblijfsrecht gaat het er telkens om dat de Unieburger niet wordt gehinderd in het uitoefenen zijn rechten als Unieburger om zich te verplaatsen naar een andere lidstaat, of om terug te keren naar de lidstaat waarvan hij de nationaliteit heeft. Referent wordt daarin niet gehinderd, omdat hij zich nooit heeft verplaatst. Het enkele voornemen om zich te verplaatsen naar Portugal (voor zover nog aan de orde) is onvoldoende, alleen al omdat eiseres een verblijfsrecht heeft in die lidstaat.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
