ECLI:NL:RBDHA:2024:18686
Rechtbank Den Haag · 13-11-2024 · zaaknummer NL24.42115
Inhoudsindicatie
Bewaring ex 59 eerste lid, ongegrond. De rechtbank stelt vast dat eiser geen rechtmatig verblijf heeft nu eiser op 24 maart 2023 een beschikking heeft gekregen waaruit volgt dat hij geen rechtmatig verblijf in Nederland heeft op basis van het Unierecht. Alhoewel eiser in mei 2023 en maart 2024 is uitgezet, heeft eiser niet aannemelijk gemaakt dat hij zijn verblijf in Nederland daadwerkelijk en effectief heeft beëindigd en dat zijn terugkeer geen voortzetting is van zijn eerdere verblijf in Nederland.1 Eiser heeft niet heeft onderbouwd dat hij in Roemenië een bestaan heeft opgebouwd en daar enige binding heeft die verder strekt dan zijn feitelijke aanwezigheid en niet is gebleken dat eiser het centrum van zijn persoonlijke of professionele belangen naar Roemenië heeft overgebracht. De rechtbank is daarom van oordeel dat de duur van eisers afwezigheid in Nederland niet van doorslaggevend belang is en dat eiser valt onder de in artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vw 2000 genoemde categorie vreemdelingen. De maatregel is op de juiste grondslag opgelegd.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
