ECLI:NL:RBDHA:2024:18489
Rechtbank Den Haag · 11-11-2024 · zaaknummer NL24.6991
Inhoudsindicatie
Dublin Kroatië / einduitspraak C.K. - De rechtbank neemt aan dat voor zover het Hof in C.K. de term “bewezen risico” heeft gehanteerd, dit dezelfde bewijsdrempel inhoudt als “een reëel en voorzienbaar risico op een artikel 4 Handvest-schending - De rechtbank overweegt dat het vereiste zoals dat lijkt te zijn neergelegd in de jurisprudentie, dat uit objectieve gegevens van een behandelaar (…) en dat de behandelaar het risico dat een asielzoeker suïcide zal plegen als gevolg van zijn of haar overdracht als reëel of hoog moet inschatten om voor verweerder een nadere vergewisplicht aan te nemen, berust op een te strikte interpretatie van het arrest C.K. - het Hof geeft niet overwogen dat alleen in ogenschouw moet worden genomen of het 4 Handvest-risico zich gedurende de feitelijke overdracht zal verwezenlijken - De rechtbank stelt vast dat BMA -zelf- aangeeft de vraag of de overdracht zal leiden tot een aanzienlijke en onomkeerbare achteruitgang van de gezondheidssituatie van een vreemdeling of dat er een aanzienlijk risico daarop bestaat, niet kan beantwoorden. BMA heeft toegelicht dat de inschatting van de volledige impact van de overdracht van de vreemdeling buiten de medische deskundigheid van het BMA valt. - De rechtbank overweegt dat vanuit medisch oogpunt geen valide uitspraak kan worden gedaan over de kans dat iemand die zich suïcidaal heeft uitgelaten, zijn uitingen ten uitvoer zal brengen en daadwerkelijk actief het leven zal beëindigen. De rechtbank overweegt dat de uitleg van het Unierecht door het Hof in het arrest C.K. in wezen neerkomt op het uiteenzetten van een juridisch beoordelingskader waaraan in wezen vanuit medisch oogpunt niet kan worden voldaan. Juist in het geval van eiser, waar het interstatelijk vertrouwen ten aanzien van Kroatië niet in samenhang met de feitelijke reisvoorwaarden, iedere ernstige twijfel over deze volledige impact zal kunnen wegnemen, zal de rechtbank, om het beginsel van refoulement te gronde te eerbiedigen, de overdracht van eiser aan Kroatië verbieden. De rechtbank acht het eenvoudigweg onverantwoord om het overdrachtsbesluit te accorderen en verweerder de bevoegdheid te verlenen om eiser over te dragen gelet op zijn verklaringen over zijn traumatische ervaringen en de omstandigheid dat “Kroatië” een trigger voor herbeleving is. De rechtbank overweegt hierbij dat suïcidale gedachten niet objectief meetbaar zijn en de ernst en diepte van die gedachten niet objectief kunnen worden vastgesteld. Hoe eiser zich voelt, welke psychische klachten hij ervaart en de inschatting van de daadwerkelijke gevolgen voor zijn mentale of fysieke toestand als het overdrachtsbesluit in rechte zou komen vast te staan, kan bij uitstek worden afgeleid uit de verklaringen die eiser hierover zelf heeft afgelegd - De rechtbank verbiedt vanwege de medische situatie van eiser en de mogelijke gevolgen van de enkele overdracht, de overdracht aan Kroatië. – beroep gegrond.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.
Partijen
Minister van Asiel en Migratie
verweerder · overheid
[eiser]
eiser · onbekend
Overheidspartijen
Minister van Asiel en Migratie
verweerder
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
