ECLI:NL:RBDHA:2024:17864
Rechtbank Den Haag · 25-10-2024 · zaaknummer NL24.13671
Inhoudsindicatie
De minister acht geloofwaardig dat eiseres reeds eerder het slachtoffer van genitale verminking is geweest. Dat betekent dat ingevolge artikel 4, vierde lid, van de Definitierichtlijn in beginsel moet worden aangenomen dat zulk gevaar bij terugkeer bestaat. De minister heeft het bewijsvermoeden van deze bepaling onvoldoende laten meewegen in de beoordeling van de aannemelijkheid van de vrees. De minister overweegt immers dat het aan eiseres is om aannemelijk te maken dat zij bij een terugkeer naar Somalië te maken zou krijgen met herbesnijdenis. Daarmee geeft de minister zich onvoldoende rekenschap van de omkering van de bewijslast als bedoeld in artikel 31, vijfde lid, van de Vw. Het is aan de minister om het vermoeden te weerleggen dat eiseres bij terugkeer een reëel risico loopt om slachtoffer te worden van een herhaalde genitale verminking. Motiveringsgebrek. De minister heeft ook ter zitting het bewijsvermoeden niet kunnen weerleggen.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[eiseres]
eiseres · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
