ECLI:NL:RBDHA:2024:17345
Rechtbank Den Haag · 24-10-2024 · zaaknummer NL24.21425
Inhoudsindicatie
De asielaanvraag had in dit specifieke geval getoetst moeten worden aan het oude landgebonden asielbeleid voor Irak. Er is namelijk sprake van bijzondere omstandigheden. Dat eiseres door de onmiddellijke werking van het nieuwe recht in een ongunstiger positie is komen te verkeren, is niet het gevolg van het ontbreken van overgangsrecht door de wetgever maar door het niet tijdig beslissen op de asielaanvraag. Hoewel strikt genomen niet op voorhand kan worden vastgesteld dat de asielaanvraag ten tijde van de indiening ervan in overeenstemming was met de voorwaarden waaronder een asielvergunning kon worden verleend, ziet de rechtbank aanleiding om te oordelen dat verweerder onvoldoende gemotiveerd is ingegaan op het in dit kader door eiseres gedane beroep op het gelijkheidsbeginsel.”
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.
Partijen
Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid
verweerder · overheid
[eiseres]
eiseres · onbekend
Overheidspartijen
Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid
verweerder
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
