ECLI:NL:RBDHA:2024:17340
Rechtbank Den Haag · 02-09-2024 · zaaknummer C/09/670945 / KG ZA 24-746
Inhoudsindicatie
Kort geding. Executiegeschil. Beslaglegging ter inning van proceskostenveroordelingen die zijn opgelegd naar aanleiding van beslissingen op dekenbezwaren van de Raad van Discipline en het Hof van Discipline. Volgens eiser is er sprake van een evidente misslag in de uitspraken van de Raad en het Hof van Discipline. Volgens eiser wordt er in die uitspraken ten onrechte vanuit gegaan dat een dekenbezwaar als klacht in de zin van artikel 48 Advocatenwet moet worden opgevat, waarop door de tuchtrechter wordt beslist. Uit het betoog van eiser kan echter hooguit worden afgeleid dat het mogelijk is anders te denken over het onderscheid tussen een dekenbezwaar en een klacht, maar dat betekent niet dat sprake is van een evidente misslag in de beslissingen die nu worden geëxecuteerd. Vordering tot opheffing beslag wordt afgewezen.
Rechters
Advocaten
Partijen
[eiser]
eiser · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
