ECLI:NL:RBDHA:2024:14769
Rechtbank Den Haag · 04-07-2024 · zaaknummer NL24.25474
Inhoudsindicatie
Bewaring, eerste beroep, artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vw Gezien alle omstandigheden is de rechtbank van oordeel dat verweerder eisers stelling in beroep dat hij geruime tijd in Polen heeft verbleven na zijn uitzetting en zijn leven daar zo heeft geleid dat sprake was van een daadwerkelijke en effectieve beëindiging van zijn verblijf in Nederland, niet heeft hoeven aannemen. De tegengeworpen gronden die aan de maatregel ten grondslag zijn gelegd kunnen de maatregel dragen. Verweerder heeft geen lichter middel hoeven opleggen en heeft voldoende voortvarend gehandeld. Het beroep is ongegrond. Het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[eiser]
eiser · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
