ECLI:NL:RBDHA:2024:12933
Rechtbank Den Haag · 15-08-2024 · zaaknummer NL24.30151
Inhoudsindicatie
Bewaring ex artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw). Voorts is de rechtbank niet gebleken van persoonlijke belangen van eiser die de bewaring voor hem onevenredig bezwarend maken en waarin de minister aanleiding had moeten zien eiser niettemin een lichter middel dan bewaring op te leggen. Dat eiser zijn strafzaken wil bijwonen is in ieder geval niet een dergelijk belang nu dit ook mogelijk is terwijl eiser in vreemdelingendetentie zit. De rechtbank volgt eiser voorts niet in zijn stelling dat de minister reeds voor zijn inbewaringstelling en tijdens zijn strafrechtelijke detentie meer had moeten ondernemen om de vreemdelingrechtelijke bewaring zo kort mogelijk te laten duren.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
