ECLI:NL:RBDHA:2024:1266
Rechtbank Den Haag · 09-01-2024 · zaaknummer 22_7882
Inhoudsindicatie
Het beroep ziet op de hoogte van de arbeidskorting van eiser. Eiser woonde en werkte een deel van het onderhavige belastingjaar in Brunei en was geen kwalificerende buitenlandse belastingplichtige. De rechtbank is van oordeel dat hetgeen is geoordeeld in het Costa Rica-arrest nog steeds heeft te gelden, zodat het buitenlandse inkomen genoten in een periode dat geen sprake is van Nederlandse belastingplicht niet meetelt voor de berekening van de arbeidskorting. Voor de berekening van de arbeidskorting telt het in Brunei genoten loon dus niet mee. De wetswijzigingen van artikel 2.7, eerste lid, van de Wet IB en de toevoeging van het achttiende lid aan artikel 7.2 van de Wet IB hebben daarin geen verandering gebracht. Het voorgaande geldt ook voor het premiedeel van de arbeidskorting. Beroep gegrond.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.
Partijen
Belastingdienst
verweerder · overheid
[eiser]
eiser · onbekend
Overheidspartijen
Belastingdienst
verweerder
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
