ECLI:NL:RBDHA:2023:9817
Rechtbank Den Haag · 06-07-2023 · zaaknummer NL23.16901
Inhoudsindicatie
Trefwoorden: Dublin, Litouwen, ondeelbaar, interstatelijk vertrouwensbeginsel, prejudiciële vragen, pushbacks, Administratief Hooggerechtshof, rechtsbijstand, onrechtmatige detentie, Hof van Justitie van de Europese Unie Samenvatting: De uitspraak van het Administratief Hooggerechtshof van Litouwen van 28 juli 2022 biedt op zich een concreet aanknopingspunt dat in ieder geval de hoogste bestuursrechter in Litouwen bescherming kan en wil bieden tegen onrechtmatige detentie (en de afwijzing van asielaanvragen die enkel berusten op illegale grensoverschrijding). Ook blijkt uit de AI-rapportage niet dat in Litouwen in het geheel geen rechtsbijstand voor asielzoekers beschikbaar is of dat voor hen geen rechtsgang openstaat tegen een afgewezen asielverzoek of tegen een inbewaringstelling van een vreemdeling. Echter, de rechtsvraag of het gelet op het interstatelijk vertrouwensbeginsel en de daaruit voortvloeiende bewijslastverdeling, aan verzoeker is om aannemelijk te maken dat hij bij overdracht aan Litouwen een reëel risico loopt op een behandeling in strijd met artikel 3 EVRM of artikel 4 van het Handvest ofwel dat het aan verweerder is om uit te zoeken of er sinds de uitspraak van het Litouwse Administratief Hooggerechtshof van 28 juli 2022 daadwerkelijk veranderingen in Litouwen zijn opgetreden, raakt de prejudiciële vragen van de meervoudige kamer van deze rechtbank en zittingsplaats van 15 juni 2022 (ECLI:NL:RBDHA:2022:5724) die zien op de situatie waarin de verantwoordelijke lidstaat voorafgaand aan een Dublinoverdracht in ernstige mate in gebreke is met de Unierechtelijke en Verdragsrechtelijke verplichtingen om de grondrechten te eerbieden en dus niet binnen de juridische kaders handelt, maar in strijd hiermee. Tussen partijen is niet in geschil dat Litouwen zich schuldig heeft gemaakt aan pushbacks. Partijen zijn wel verdeeld over de vraag of concrete aanknopingspunten bestaan om aan te nemen dat de Litouwse autoriteiten nog steeds pushbacks uitvoeren, en zo ja of Dublinclaimanten, anders dan derdelanders die Litouwen inreizen, van pushbacks gevrijwaard zijn. In dit verband rijst de vraag of het interstatelijk vertrouwensbeginsel ondeelbaar is. De meervoudige kamer van deze rechtbank en zittingsplaats heeft bij de hiervoor genoemde verwijzingsuitspraak van 15 juni 2022 aan het Hof van Justitie van de Europese Unie prejudiciële vragen gesteld over de vraag of het interstatelijk vertrouwensbeginsel ondeelbaar is. Hoewel deze verwijzingsuitspraak Polen betreft, zal de beantwoording hiervan daarom tevens van belang zijn voor de zaak van verzoeker. Dit geldt evenzeer voor de prejudiciële vragen of eerdere ondergane stelselmatige schendingen van absolute grondrechten de bewijslastverdeling regardeert bij de vaststelling van de verantwoordelijkheid voor het asielverzoek.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.
Partijen
[verzoeker]
verzoeker · onbekend
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid
verweerder · overheid
Overheidspartijen
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid
verweerder
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
