ECLI:NL:RBDHA:2023:9701
Rechtbank Den Haag · 05-07-2023 · zaaknummer NL23.18092
Inhoudsindicatie
Bewaring; gegrond; artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a Vw 2000; lichte gronden 3a, 3c, 3e, 3i, 4b, 4c en 4d; geen lichter middel, zicht op uitzetting, voldoende voortvarend. Eiser heeft bezwaar gemaakt tegen feitelijke uitzetting. Uit het toegewezen verzoek om een voorlopige voorziening blijkt dat eiser niet uitgezet mag worden voordat op zijn bezwaarschrift is beslist. Hieruit volgt volgt dat eiser op grond van artikel 8 onder h van de Vw 2000 rechtmatig verblijf in Nederland geniet. Nu verweerder niet tijdig de grondslag van de inbewaringstelling heeft gewijzigd en ook niet voornemens was dat te gaan doen, moet de maatregel onrechtmatig worden geacht met ingang van de datum van de uitspraak van de vovo.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.
Partijen
Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid
verweerder · overheid
Overheidspartijen
Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid
verweerder
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
