ECLI:NL:RBDHA:2023:8993
Rechtbank Den Haag · 23-06-2023 · zaaknummer NL23.13991
Inhoudsindicatie
bewaring, artikel 5.3, belangenafweging, bezwaar OM] De staatssecretaris heeft niet voldaan aan de verplichting uit artikel 5.3, eerste lid, van het Vb 2000 om de vreemdeling bij de uitreiking van de maatregel van bewaring, in een taal die hij verstaat, op de hoogte te stellen van de redenen van de maatregel en de mogelijkheid om de maatregel met gefinancierde bijstand aan te vechten. Anders dan is geoordeeld in de uitspraak van 1 mei 2023 van zittingsplaats Roermond is er bij een schending van artikel 5.3, eerste lid, van het Vb 2000 wel ruimte voor een belangenafweging. Deze valt in dit geval in het nadeel van de vreemdeling uit. Verder is de rechtbank van oordeel dat de mededeling van het OM dat aan het verzochte aanwezigheidsrecht voor een strafzitting tegemoet moet komen en dat de uitzetting uitgesteld moet worden niet kan worden aangemerkt als een bezwaar van het OM tegen de uitzetting in de zin van paragraaf A3/6.3 van de Vc 2000. Eerder heeft het OM expliciet meegedeeld dat geen bezwaar bestaat. Bovendien beoogt paragraaf A3/6.3 van de Vc 2000 niet de rechten en belangen van de vreemdeling, maar die van het OM, te beschermen. In zijn algemeenheid hoeft bij aanvang van de inbewaringstelling nog geen zekerheid te bestaan over het bezwaar van het OM tegen uitzetting (hoofdregel). Dat is alleen anders indien er vóór de inbewaringstelling al voldoende redenen zijn om aan te nemen dat een akkoord van het OM uiterst onwaarschijnlijk is, waardoor zicht op uitzetting daardoor al op voorhand zou ontbreken (uitzondering). Deze uitzondering is hier niet van toepassing. De hoofdregel neemt niet weg dat de staatssecretaris met voldoende voortvarendheid aan de uitzetting moet werken. Dat houdt ook in dat de staatssecretaris binnen een redelijke termijn na de inbewaringstelling navraag moet doen bij het OM of bezwaar bestaat tegen de uitzetting. Daarmee kan de staatssecretaris, anders dan uit de rechtspraak van Afdeling lijkt te volgen, niet wachten tot het moment dat hij bekend is met een uitzettingsdatum. In dit geval is de staatssecretaris met voldoende voortvarendheid te werk gegaan. Hij heeft het OM drie dagen na de inbewaringstelling verzocht om aan te geven of bezwaar bestaat tegen de uitzetting van de vreemdeling. Beroep ongegrond.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[eiser]
eiser · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
